Een hele dag in Theth. We besluiten te voet naar The Thethi Blue Eye te gaan. Een stevige wandeling, maar we hebben de hele dag. Vol goede moed beginnen we eraan. Eerst een klim naar de hoofdweg, dan een eind de hoofdweg volgen naar beneden tot we aan een brug komen en dan rechts een rotsige weg in. De weg slingert zich omhoog en omlaag tussen de bergen, en beneden zien en horen we voortdurend de rivier klateren. De weg is redelijk te doen, al zijn er wel wat steile stukken en moeten we af en toe aan de kant voor aandenderende jeeps en graafmachines. Deze weg wordt immers ook geasfalteerd. Goed voor het toerisme, maar er zal wel een stukje authenticiteit en natuur voor worden opgeofferd.


De uitzichten zijn onwaarschijnlijk. Ze beschrijven doet ze onrecht aan. We wandelen van de ene verbazing in de andere. Na een dikke twee uur, komen we aan een bar, waar we even gaan zitten en iets drinken. En dan begint de klim naar de Blue Eye. Volgens onze info 40 minuten, maar dat mag je bijna verdubbelen, al rekenen we dan onze rustpauzes in. Het is vooral de hitte (intussen toch weer rond de dertig) en het gebrek aan schaduw tijdens de klim, die het heel lastig maken. Gelukkig is er de truc van Hans met de natte pet om – letterlijk – het hoofd koel te houden. Maar we geraken er: een idyllisch keienstrandje met een paar bomen, een brugje, heel veel onwaarschijnlijk groene planten en turkoois water. Prachtig, gewoon.



We blijven niet al te lang zitten, maar keren vol goede moed terug: we moeten nog een heel eind. Als we terug aan de bar zijn, krijgt Hans het idee om met de taxi terug te keren. De rit naar Thet centrum (relatief, hoor) kost 3000 Leke (zo’n 27 euro). Niet echt goedkoop, maar gezien de afstand en de staat waarin de weg zich bevindt, wel redelijk. Alleen rekenen ze 1000 euro bij om ons naar Molla Guesthouse te rijden, wat dan weer wel onnozel veel is. Dan gaan we wel te voet.
Een beetje verder zit een man in een aftandse jeep wat te lummelen. Op zijn deur staat Thet Taxi, dus we vragen of hij ons naar ons verblijf wil brengen en hij doet het wel voor 3000 leke. Deal!
Het is de meest helse rit uit onze reisgeschiedenis, en de auto heeft achteraan geen gordels. Spannend als je bedenkt dat we over losse stenen vliegen met een enorme afgrond vlak naast ons. Maar ook hier komen we ongedeerd uit.
Aangezien we nog wat wandelenergie over hebben, gaan we op aanraden van een andere gast (een Albanees die in Berlijn woont) op zoek naar een bron, zo’n 30 minuten van het guesthouse. Een avontuurlijk tochtje, steil naar beneden door een bos, dan over twee krakkemikkige bruggetjes weer naar boven naar de ‘hoofdweg’ (veel losse stenen, geen asfalt) en daar vinden we inderdaad het bronnetje.



Terug aan onze kamer is een douche meer dan welkom, en ook nodig. Tijdens het eten komt de oma van het Guesthouse me vragen om een foto te maken. Ze spreekt enkel Albanees, dus communiceren is moeilijk, maar ik heb haar hart gestolen door te tonen hoe mooi ik het daar vond. Het levert alleszins een uniek beeld op.