Vandaag eindelijk de zon van ’s ochtends vroeg: we springen op de fiets en verkennen de stad op twee wielen. Dat kan hier op een bijzonder fijne manier: heel Vancouver wordt ‘omringd’ door de Seawall, een soort zeedijk die werkelijk het hele schiereiland rond loopt. Je kan dus de hele tijd fietsen of wandelen zonder auto’s tegen te komen. Voortdurend heb je aan de ene kant de zee, aan de andere kant parken, grasvelden, bomen,… het is een fantastisch mooie route. En ze brengt je naar om het even welke stadswijk.
Eerst vertrekken we langs de noordkant : we fietsen vanuit Stanley Park naar het Waterfront Station. Dat is zowel een metrostation, een haven voor reusachtige cruiseschepen (er lag er een uit Amsterdam) als een luchthaven voor watervliegtuigen. Een enorm gebouw dat toch nauwelijks opvalt, want het is volledig begroeid met gras.
Vlakbij het Waterfront Station ligt Gastown. Dit is een oude commerciële wijk die begin de jaren 70 volledig verloederd was. Gelukkig heeft men ze toen uitgeroepen tot ‘historic area’ waarna de wijk volledig gerenoveerd is. Het is nu een hippe buurt met boetiekjes en prachtige gebouwen die zo uit een ander tijdperk zijn weggelopen. Midden in Water Street staat nog een stoomklok die elk half uur stoomfluitgewijs de Big Ben naspeelt. Aanspreekbaar als we (blijkbaar) zijn, geraken we aan de praat met twee daklozen. De ene wil persé een tekening van ons maken. Weer een kunstwerk rijker, dus.
Een beetje verder lopen we een kroeg binnen waar we midden op de dag nog het einde meepikken van de wedstrijd Portugal-Wales. Op groot scherm nog wel. Om heel precies te zijn, twee grote schermen en zes kleinere. Ook Canadezen houden duidelijk van voetbal, want de sfeer zit er goed in.
Als we verder willen fietsen, blijkt de rem van Hans zo te slepen dat fietsen zo goed als onmogelijk is. Dan maar te voet terug naar de fietsverhuur (bijna 40 minuten stappen), waar ze het probleem in exact twee minuten opgelost hebben. Enfin, we hebben nu wel een heel stadsdeel gezien waar we anders nooit waren gekomen.
We laten ons niet kennen, en rijden de Seawall op in de andere richting. Even verder nemen we de aquabus die ons – met fiets en al- naar Granville Island brengt. Het is een oude havenwijk waar de loodsen zijn opgeknapt: je vindt er een mix van theaterzalen, souvenirwinkeltjes, boetiekjes, kunstgalerijen, markthallen… en heel veel volk. Er hangt een sfeertje dat doet denken aan de Gentse feesten op een topavond.
Vanuit Granville Island fietsen we nog door tot op Kitsilano Beach, the place to be naar het schijnt, maar behalve wat fiere hondenbezitters die hun huisdier in zee laten zwemmen, is er weinig te beleven. Mooi, dat wel.
We keren dan maar terug, maar niet met de aquabus dit keer. We fietsen het hele eind rond False Creek (de zeearm) en geloof me, dat is echt een heel eind. Maar zo mooi! Overal zie je het water, er zijn ontelbare jachthaventjes, overal groen en bloemen en waterpartijen. Wat stadsontwikkeling betreft, kunnen heel wat Europese steden hier nog iets leren. De sfeer is ook heel erg zuiders, al zitten we qua breedtegraad hoger dan Oslo.
De Canadezen zijn bovendien bijzonder relaxte mensen: vriendelijk, rustig, en niet zo ‘over the top’ als hun zuiderburen. Een mens zou het hier gewoon kunnen worden! We moeten dringend ons pensioensparen eens herbekijken 😉
